​Belangrijke aankomende veranderingen op 1 augustus aanstaande voor werkgever en werknemer (deel 1): het nevenwerkzaamhedenbeding en de scholingskosten!

Zoals in een eerdere blog kenbaar gemaakt treedt op 1 augustus 2022 de Wet implementatie EU-richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in werking. De wet brengt voor zowel werkgevers alsook voor werknemers belangrijke wijzigingen in het arbeidsrecht met zich mee. In een drietal bijdragen worden de belangrijkste wijzigingen uiteengezet. In deze eerste bijdrage worden de wijzigingen inzake het nevenwerkzaamhedenbeding en de scholingskosten toegelicht.

Het nevenwerkzaamhedenbeding

In veel arbeidsovereenkomsten staat opgenomen dat de werknemer niet zonder toestemming van de werkgever nevenwerkzaamheden mag verrichten. Na de inwerkingtreding van de wet kan de werknemer alleen door de werkgever aan dit nevenwerkzaamhedenbeding worden gehouden, indien hiervoor een goede reden bestaat. Een goede reden is bijvoorbeeld een veiligheids- en gezondheidsreden of dreigende overschrijding van de Arbeidstijdenwet. De goede reden hoeft niet in de arbeidsovereenkomst te worden opgenomen, maar dient pas gegeven te worden als de werkgever zich daadwerkelijk op het beding beroept.

Wat betekent dit nu praktisch voor u als werkgever of werknemer? In principe bestaat op dit moment geen aanleiding om de nevenwerkzaamhedenbedingen aan te passen en opnieuw overeen te komen in de arbeidsovereenkomsten. De goede reden voor het nevenwerkzaamhedenbeding kan achteraf worden gegeven door de werkgever. Als de werkgever geen goede reden heeft dan is het beding niet geldig en kan de werkgever de werknemer in dat geval niet verbieden om nevenwerkzaamheden te verrichten.

De scholingskosten

Het komt regelmatig voor dat de werknemer een studie volgt in verband met zijn of haar werkzaamheden. Het is gebruikelijk voor werkgever en werknemer om dan een terugbetalingsregeling overeen te komen, waarin de werknemer gehouden wordt om (een deel van) de scholingskosten aan de werkgever terug te betalen (bijvoorbeeld bij einde van de arbeidsovereenkomst). Na de inwerkingtreding van de wet wordt het overeenkomen van zo’n terugbetalingsregeling beperkt. Als de werkgever namelijk op grond van het nationaal recht, Europees recht of CAO verplicht is om werknemers bepaalde scholing aan te bieden, dan mag de werkgever de kosten van deze scholing niet meer verhalen op de werknemer. Dit geldt voor alle kosten in verband met de opleiding, denk hierbij aan het inschrijf- en lesgeld maar ook de reiskosten en de kosten voor studiemateriaal. Daarnaast dient de scholing zoveel onder werktijd plaats te vinden en dient beschouwd te worden als arbeidstijd.

Ook reeds bestaande terugbetalingsverplichtingen die betrekking hebben op de kosten voor verplichte scholing zoals hiervoor beschreven, zijn per 1 augustus 2022 niet meer geldig. Om welke opleidingen het precies gaat is nog niet helemaal duidelijk. Hierover verwachten wij nog meer duidelijkheid te komende tijd.

Heeft u vragen over deze wetswijziging of heeft u andere vragen op het gebied van het arbeidsrecht? Onze juristen helpen u graag! U kunt ons bereiken via 088-4762900 of per mail via info@arbeidsrechtservice.nl.

Kom met ons in contact

Neem vrijblijvend contact met ons op om de mogelijkheden voor uw situatie te bespreken.

9 + 1 =